HOOFDSTUK 19 @BRK#De nieuwe ambassadeur van Iberia was bijna twee meter lang en zo mager als een lat. Hij was een jaar of veertig en hij had dik, zwart haar dat met een geparfumeerde pommade achterover op zijn schedel was geplakt. Hij had een olijfkleurige huid en tussen zijn hoge jukbeenderen stond een grote haviksneus. Hij had donkere ogen – bijna zwart, dacht Maddie – en zware, borstelige wenkbrauwen, eveneens pikzwart. Nergens in zijn haar was ook maar een flinter grijs te ontdekken en Maddie kreeg het sterke vermoeden dat hij het allemaal verfde. Hij was gekleed in een rijkversierde rood-gouden tuniek, met links op de borst een griffioen, het nationale symbool van Iberia. Hij werd vergezeld door een gevolg van slechts vier man, want men had hem gewaarschuwd dat het officiële diner niet al te uitbundig zou zijn. ‘Mijn excuses voor de bescheiden ontvangst, Don Ansalvo,’ zei Cassandra toen iedereen zijn plek aan de eettafel in de grote zaal had ingenomen. ‘Normaal gesproken had ik u natuurlijk met een uitgebreider gezelschap verwelkomd. Maar zoals u weet zijn mijn man en de commandant van onze Grijze Jagers op het moment afwezig. U zult het dus met ons moeten doen.’ ‘Ons’ waren in dit geval Cassandra zelf, Maddie, Dimon en heer Anton, de opperkamerheer van kasteel Araluen. Don Ansalvo wuifde de verontschuldiging haastig terzijde. ‘Dat we met wat minder mensen zijn geeft ons juist de gelegenheid elkaar beter te leren kennen,’ zei hij. ‘En wie durft er nog te klagen over de omvang van een gezelschap als zich daarin twee mooie vrouwen bevinden?’ Met een sierlijk handgebaar wees hij op zowel Maddie als Cassandra, en hoewel hij op een stoel zat slaagde hij er tegelijk ook nog in een kleine buiging te maken. Maddie wisselde een korte blik met Dimon uit en rolde met haar ogen. Dimon verborg zijn glimlach achter zijn servet. Maddie had zich al vaker laten vertellen dat Iberiërs bekendstonden om hun uitbundige complimenten en hun overdreven gevoel voor hoffelijkheid. Don Ansalvo keek haar nu aan en glimlachte zijn parelwitte tanden bloot. Ze knikte even om aan te geven dat zijn woorden haar vereerden. ‘U bent té vriendelijk, Don Ansalvo,’ zei Cassandra. Hij keek naar de prinses-regent. ‘Maar vertelt u eens, vrouwe, waarom heeft heer Arnaut het kasteel moeten verlaten?’ Bij zijn aankomst had men hem verteld dat Arnaut er niet was, maar niet waarom. Cassandra haalde haar schouders op. ‘Het is eigenlijk maar een kleinigheid, maar iets dat wel zijn volledige aandacht opeist.’ Don Ansalvo hield zijn hoofd een beetje scheef. ‘Eigenlijk maar een kleinigheid?’ herhaalde hij. ‘Wat is er precies aan de hand?’ Cassandra sprak met de nieuwe ambassadeur niet graag over Aralueense binnenlandse kwesties. Araluen en Iberia leefden in vrede, maar het Iberische koninkrijk had al eeuwenlang de naam dat men zich er maar al te graag mee bemoeide als andere landen problemen kenden. Ze gebaarde naar Dimon voor een antwoord, en speelde dat het haar verder weinig interesseerde. ‘Een groepje heethoofden en volksmenners probeert het volk op te jutten,’ vertelde Dimon. ‘Het is niks ernstigs, maar heer Arnaut wilde het graag meteen de kop indrukken, voordat het uit de hand kon lopen.’ Don Ansalvo knikte en leunde achterover. Hij dacht even over zijn antwoord na. ‘En dat is heel verstandig,’ zei hij uiteindelijk. ‘Elke vorm van opstand moet met wortel en tak worden uitgeroeid. Wij kennen in Iberia soortgelijke problemen.’ ‘O ja? Kunt u daar eens wat meer over vertellen, Don Ansalvo?’ vroeg Maddie. Ze had wel gemerkt dat haar moeder niet over de Clan van de Rode Vos wilde praten en hoopte het gesprek zo een andere wending te geven. Don Ansalvo keek haar met een tamelijk neerbuigend glimlachje aan. ‘Dat is vast niet interessant voor een parel van vrouwelijke schoonheid als u,’ zei hij gladjes. Ze beantwoordde zijn glimlach, maar van harte ging het niet. ‘Toch ben ik wel benieuwd,’ hield ze vol. Hij haalde even zijn schouders op. ‘Het is precies zoals heer Dimon ze omschreef: heethoofden en volksmenners. Twee van onze zuidelijke provincies willen zich van Iberia afscheiden en een eigen land beginnen. Dat kunnen we natuurlijk niet toestaan.’ ‘Natuurlijk niet,’ reageerde Maddie droog. Ze durfde er heel wat onder te verwedden dat die twee zuidelijke provincies over flink wat vruchtbare bodem of andere natuurlijke hulpbronnen beschikten. Don Ansalvo bleef haar een tijdje aankijken. De cynische ondertoon in haar antwoord leek aan hem voorbij te gaan. Maar Maddie begreep heel goed dat hij vele jaren ervaring in de diplomatie had en er dus vast heel goed in was om zijn werkelijke gevoelens verborgen te houden. Ze ging een beetje verzitten. Ze had zich er weliswaar niet op verheugd zich weer eens in haar prinsessenkleren te moeten hijsen, maar Maddie genoot wel van het diner. De blauwe jurk die haar moeder voor haar had uitgekozen zat heerlijk en ze wist dat die haar goed tot haar recht liet komen. Hij was alleen een tikkeltje te strak om haar schouders. Don Ansalvo nam een slok wijn en richtte zijn aandacht weer op Dimon. Maddie kreeg sterk de indruk dat hij belangrijke zaken liever met een man besprak dan met een meisje – of zelfs met haar moeder, die toch prinses-regentes was. ‘Maar vertelt u eens, heer Dimon, wat is de oorzaak van de rebellie die uw land teistert?’ vroeg hij. Dimon aarzelde. Net als Cassandra praatte hij liever niet met buitenstaanders over staatszaken. Aan de andere kant was Don Ansalvo open en eerlijk geweest over de problemen waarmee Iberia te maken had, dus het werd lastig voor Dimon om de zaak helemaal te omzeilen. Hij keek heel even naar Cassandra, die hem met een nauwelijks zichtbaar hoofdknikje duidelijk maakte dat hij zijn gang mocht gaan. ‘Een klein groepje opstandelingen is het niet eens met de wet die toestaat dat vrouwen op de troon terecht kunnen komen. Zij willen terug naar de tijd van de exclusief mannelijke troonopvolging,’ vertelde hij. Zijn toon maakte duidelijk dat hij niet verder op de zaak in wilde gaan. De ambassadeur knikte bedachtzaam. ‘O ja, dat is waar ook,’ zei hij. ‘Jullie zijn een van de weinige landen waar vrouwen ook troonopvolger kunnen zijn. En nu is er een groep die naar de tijden van weleer wil terugkeren? Dat wil dus zeggen dat het in Araluen niet altijd zo is geweest.’ ‘Mijn grootvader heeft de wet veranderd,’ zei Cassandra. Haar toon klonk beslist. Don Ansalvo wreef even over zijn glimmende snor. ‘In Iberia zou dat volstrekt ondenkbaar zijn,’ zei hij. ‘Ons volk zou het gewoon niet accepteren.’ Als ze allemaal zoals jij zijn, geloof ik je onmiddellijk, dacht Maddie. Ze keek even naar Dimon en verbaasde zich over de kille blik in zijn ogen. Zodra hij merkte dat Maddie naar hem keek, lachte hij weer breeduit. Ze vermoedde dat hij maar heel weinig sympathie kon opbrengen voor de manier waarop Don Ansalvo liet merken dat hij Iberia in alles beter vond dan Araluen. Cassandra onderbrak Maddies gedachten met haar volgende vraag. ‘Maar vertelt u eens, Don Ansalvo, wanneer bent u van plan uw dienstwoning te betrekken?’ Ambassadeur Don Ansalvo kreeg als officiële verblijfplaats een ruim landhuis ter beschikking. Het stond een paar kilometer ten zuiden van het dorp, nog ruimschoots binnen het beschermende bereik van het kasteel. Cassandra’s vraag en de resolute manier waarop ze naar een ander onderwerp was overgestapt maakten duidelijk dat verdere vragen over de onrust in het noorden niet op prijs werden gesteld – en waarschijnlijk ook niet meer beantwoord zouden worden. Hij was diplomaat genoeg om zich gewonnen te geven. ‘Ik dacht zelf om er morgen in de loop van de ochtend in te trekken,’ antwoordde hij. ‘Als u dat schikt, natuurlijk.’ ‘Dat zou mij zelfs buitengewoon goed uitkomen,’ antwoordde ze. ‘We laten een groot deel van de kasteelmedewerkers binnenkort vertrekken. Dan blijven slechts de meest noodzakelijke mensen achter.’ Don Ansalvo kon zijn verbazing hierover niet verborgen houden. Voordat hij vragen kon stellen gaf heer Anton hem al antwoord. ‘In deze tijd van het jaar moeten de boeren in deze omgeving het land bewerken en voedsel en hout voor de winter vergaren: vlees pekelen en de laatste oogsten binnenhalen,’ legde hij uit. ‘De meeste medewerkers van het kasteel komen van boerderijen uit de omtrek. We laten zo veel mogelijk mensen naar huis gaan om mee te helpen. En nu heer Arnaut en een groot deel van zijn garnizoen ook nog eens afwezig zijn, hebben we hier niet meer dan een stuk of twintig mensen nodig. Ik ga zelf morgenochtend ook weg. Mijn dochter en haar pasgeboren baby komen op bezoek en logeren in ons huis in het dorp.’ Heer Anton glimlachte naar Cassandra. ‘De prinses is zo goed geweest mij vrijaf te geven om bij ze te kunnen zijn.’ ‘Vanzelfsprekend,’ antwoordde Don Ansalvo. Waarna hij zijn donkere, doordringende ogen weer op Maddie richtte. ‘En wat doet u, prinses? Is het voor een levendige jonge vrouw als u niet saai om in zo’n half verlaten kasteel te verblijven?’ ‘Helemaal niet,’ antwoordde Maddie met voortreffelijk geveinsd enthousiasme. ‘Ik heb volop naald- en breiwerk om me mee te vermaken. U heeft geen idee hoe interessant borduren kan zijn.’ Don Ansalvo haalde zijn neus even op. ‘Inderdaad. Geen flauw idee.’ Maddie keek even naar haar moeder en herkende de waarschuwende blik. Niet te ver gaan, jij. Maar Maddie ergerde zich nog altijd aan de eerdere opmerking van de ambassadeur over de troonopvolgingswet van Araluen. Ze glimlachte nu allerliefst. ‘Maar Don Ansalvo, u zei net dat een vrouwelijk staatshoofd in Iberia nooit zou worden geaccepteerd. Waarom denkt u dat?’ De Iberiër leunde achterover en maakte een lusteloos gebaar met zijn rechterhand. ‘Iberiërs zijn van mening dat regeren niet de taak van een vrouw is. Dat vinden wij mannenwerk.’ Maddie zag de strenge blik van haar moeder, maar ze trok zich er niets van aan. Met de glimlach nog altijd op haar gezicht gebeiteld ging ze verder. ‘En wat is volgens u dan wel de rol van de vrouw?’ ‘Die is heel belangrijk,’ zei de ambassadeur neerbuigend. ‘Een vrouw verzorgt en ze geeft les. Zij is het emotionele centrum van het huis. Ze schept de sfeer van verfijning en lieflijkheid die in een gezin zo belangrijk is.’ ‘Op haar blote voeten in de keuken, neem ik aan?’ Maddie klonk ineens een stuk feller, maar Don Ansalvo leek dat niet te merken. Hij dacht even over haar woorden na en knikte. ‘Wij hebben geen enkel bezwaar tegen schoenen, maar de bereiding van de maaltijden is een belangrijke taak van de vrouw, ongeacht of ze zelf kookt of het werk van de bedienden begeleidt.’ Hij gebaarde bij deze woorden naar Cassandra. Maar toen hij zag dat Maddie het niet met hem eens was ging hij verder. ‘Een vrouw kan een land in tijd van oorlog niet leiden. Dat is het werk van de man. Dat heeft een vrouw nog nooit gedaan.’ ‘Mijn moeder is vroeger bij verschillende schermutselingen betrokken geweest,’ hield Maddie dapper vol. De glimlach was allang verdwenen. Cassandra gebaarde nogmaals dat ze nu echt eens moest ophouden, maar ze had haar tanden er nu in gezet en de reactie van Don Ansalvo maakten haar alleen maar vastberadener. ‘Ja,’ zei hij. ‘Voordat ik deze aanstelling aanvaardde heb ik de prestaties van je moeder bestudeerd en ze zijn bewonderenswaardig. De conflicten waar ze bij betrokken was waren schermutselingen, geen volledige oorlogen.’ Hij boog zich naar Cassandra. ‘Met alle respect, vrouwe.’ ‘Ik denk dat de invasie van de Temujai in Skandia toch echt wel een heuse oorlog was. Dat vonden de Skandiërs in elk geval wel,’ zei Maddie. Hij trok even een wenkbrauw op om op beleefde wijze van zijn minachting blijk te geven. ‘En gaf je moeder toen leiding aan het Skandische leger?’ vroeg hij. Ze bloosde, want ze begreep dat ze zichzelf met haar overhaaste opmerking klem had gepraat. ‘Nou nee, dat niet echt…’ ‘Ik heb in de verslagen gelezen dat die leiding werd gevoerd door de Skandische oberjarl Ragnak. En dat zijn belangrijkste strateeg een van jullie Jagers was.’ ‘Ja, dat is waar. Maar…’ ‘Eigenlijk had prinses Cassandra bij al haar veldslagen steun van een of meer van jullie gevreesde Grijze Jagers. En natuurlijk van haar man, de heldhaftige ridder. Een vrouw is niet gemaakt om te vechten en een leger te leiden.’ ‘En toch wordt mijn moeder steeds beter met haar zwaard,’ zei Maddie. Don Ansalvo hield zijn hoofd een beetje scheef en dacht even over die woorden na. ‘Aha, heel goed. Veel Iberische dames van goede komaf leren met de floret en de degen om te gaan. Dat is goed voor de coördinatie en het evenwicht. Maar een vrouw met een licht zwaard zou tegenover een volledig gewapende ridder wel een groot risico lopen. Denkt u ook niet, heer Dimon?’ Dimon, die er niet op had gerekend in dit gesprek te worden betrokken, aarzelde enigszins ongemakkelijk. Hij wilde Cassandra noch de ambassadeur voor het hoofd stoten. ‘Ik denk dat het voordeel in zo’n omstandigheid bij de man zou liggen,’ antwoordde hij uiteindelijk, met tegenzin. Don Ansalvo knikte en kon een triomfantelijke blik niet onderdrukken. Cassandra haastte zich het onderwerp te veranderen voordat Maddie er weer tussen kon komen. ‘Genoeg over oorlogen en gevechten,’ zei ze. ‘Don Ansalvo, ik heb me laten vertellen dat u uitstekend overweg kunt met uw luit.’ De ambassadeur maakte een licht buiginkje. ‘Ach ja, ik heb er wel aardigheid in om daar af en toe op te spelen.’ ‘Zou u misschien zo goed willen zijn om ons iets te laten horen?’ vroeg Cassandra. Don Ansalvo schudde bescheiden van nee en maakte met beide handen een afwerend gebaar. ‘Nee, nee. Ik zou u maar vervelen,’ begon hij. Maar iemand uit zijn gevolg had het instrument al onder de tafel vandaan gehaald. Hij maakte het koffertje open en overhandigde de luit aan zijn baas. ‘Goed,’ zei Don Ansalvo terwijl hij het instrument aanpakte, ‘één liedje dan. Het is een Iberisch lied over een mooie vrouw en een edele ridder die zijn leven geeft voor de verdediging van haar eer…’ Dat was dus een sukkel, dacht Maddie verbeten. Ze liet zich in haar stoel achterover zakken, maar ze was nog steeds boos op die glad pratende, neerbuigende Iberische ambassadeur. Don Ansalvo glimlachte naar haar en vond zelf vast dat hij dat allercharmantst deed. Hij sloeg even een paar akkoorden aan en begon te zingen. Maddie ontspande. Dit kon nog weleens een lange avond worden, dacht ze.